1840 - 1853

De periode van streekgemeente

Op het moment van afscheiding van de Hervormde Kerk wil men het liefst Gereformeerd heten. De benaming Christelijk Afgescheiden Gemeente is uit nood geboren, want juist de naam Gereformeerd is de Afgescheidenen dierbaar.

In 1836 is Koning Willem I bereid om de Afgescheidenen tegemoet te komen en onder bepaalde voorwaarden vrije uitoefening van godsdienst toe te staan. Op 5 juli 1836 volgt er een Koninklijk Besluit:

  • - De naam GEREFORMEERD of HERVORMDE gemeente mag niet gebruikt worden
  • - Zij moeten zelf zorg dragen voor de kosten verbonden aan hun erediensten en verzorging der armen
  • - Zij kunnen nooit aanspraak maken op de bezittingen, inkomsten of rechten van de Nederlands Hervormde kerk, of enig ander in dit rijk erkend kerkgenootschap
  • - Zij moeten een verzoek indienen bij de burgemeester, waarin genoemde verkla­ringen zijn opgenomen

Dit ‘Koninklijk’ Besluit is aanleiding tot een diepgaand meningsverschil onder de afgescheidenen. Helaas vertaalt dit zich in een scheuring. Sommigen vormen een groep onder de naam ‘Gereformeerde kerk onder het kruis’. Hun bezwaren zijn dat:

  • a. zij geen erkenning bij de over­heid willen aanvragen
  • b. zij de naam ‘Gereformeerd’ niet willen opgeven

Begin 1840 wordt een rekest bij Koning Willem I ingediend om te komen tot een stichting van een Christelijk Afgescheiden Gemeente te Giessen-Oudekerk, Neder-Har­dinxveld- Giessendam en Sliedrecht. Bij Koninklijk Besluit van 6 juni 1840, wordt het verzoek om vrijheid voor een Chr. Afgescheiden gemeente te Giessendam e.o. afgewezen. De redenen zijn:

  • 1. de afgescheidenen zijn niet in staat te voorzien in de kosten van eredienst en armen
  • 2. zij doen niet blijken in het bezit te zijn van een geschikt huis of lokaal voor hun Godsdienstoefeningen

Op 6 juli 1840 worden te Almkerk ouderlingen en diakenen bevestigd van “eene verenigde afgescheidene Gereformeerde gemeente van Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Giessen-Oudekerk en Giessen-Nieuwkerk”. Tot opzieners zijn voor Sliedrecht geroepen als ouderling: Jan Poulusse Visser en Kornelis Westerhout en Johan Pieter Loch als diaken. Dit zijn de eerste officiële ambtsdragers sedert de afscheiding. Hoewel er sinds 6 juli 1840 een kerkenraad bestaat, komt de gemeente nog steeds niet gezamenlijk maar in groepen van 20 personen bijeen. Hierbij gaat een ambtsdrager voor. Zolang men niet officieel erkend is mag men namelijk op straffe van behoorlijke boetes niet samenkomen met meer dan 20 personen. Intussen wordt een 2de rekest verzonden aan Koning Willem I. In november 1840 is er een troonsopvolging. Koning Willem II laat merken dat hij de geloofsvervolging wil doen ophouden. Militairen mogen niet langer worden gebruikt. Op 4 januari 1841 krijgen de officieren van Justitie opdracht om tot nader order geen vonnissen in deze zaken ten uitvoer te leggen. De mogelijkheden om erkenning te krijgen worden verruimd. Uiteindelijk wordt op 6 mei 1841 bij Koninklijk Besluit bekend dat de ‘verzochte toelating’ verleend wordt.

De Christelijke Afgescheiden gemeente te Giessendam en omstreken kan zich nu voor een eigen kerkgebouw en kerkelijk leven gaan inzetten. Uit het eerste lidmatenboek blijkt dat te Giessendam 82 personen tot de gemeente behoren, te Hardinxveld 52, te Giessen-Oudekerk 28, te Giessen-Nieuwkerk 5 en te Sliedrecht 101. De dankbaarheid voor de verkregen vrijheid is groot. Vrijwillige bijdragen voor een eigen kerkgebouw worden ingezameld. Alle geringschatting ten spijt brengt men Hfl. 2.800,– bij elkaar. Zondag 28 november 1841 wordt het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen. Ds. G.F. Gezelle Meerburg uit Almkerk leidt de eerste dienst in de nieuwe kerk. De kerk staat aan de oever van de Giessen aan de Buitendams. Het is nu een schoenhandel. Aan de zijkant kun je in het metselwerk de ronde bogen van de kerkramen nog zien.

Intussen wordt in Sliedrecht steeds meer gedacht aan een eigen plaats van samenkomst. Elke zondag naar de kerk in Giessendam gaan, is toch ook niet alles. Op een classisvergadering te Dordrecht, 27 april 1853, delen kerkenraadsleden van Giessendam mee dat de leden van Sliedrecht begeren zelfstandig te worden. Het verzoek wordt door de classis “profeitelijk” gevonden en daarom ingewilligd. In de notulen van de kerkenraad te Giessendam, 27 juni 1853, lezen we dat zij voor het eerst vergaderen zonder de broeders uit Sliedrecht. Omdat verder geen gegevens aanwezig zijn, wordt deze datum aangehouden als datum van instituering van de Chr. Afgescheiden gemeente te Sliedrecht. Consulent wordt ds. S. O. Los uit Werkendam. Dadelijk wordt begonnen met het houden van kerkdiensten en een zelfstandige kerkenraad te kiezen. De plaats van samenkomst is in wijk A (Rivierdijk 423-429).Of de kerk vanaf juni 1853 al de plaats van samenkomst is, dat is niet na te gaan. Het eerste notulenboek is niet aanwezig. Gegevens over Sliedrecht zijn alleen te vinden in Giessendam en bij de classis Dordrecht. Ook Sliedrecht moet officiële erkenning aanvragen. Op 28 juni 1853 wenden A. Meijer en ´twee anderen` zich tot Koning Willem III om erkend te worden als een gemeente van de Christelijke Afgescheidene Gereformeerden. Het verzoek wordt afgewezen. Het verzoek is niet ondertekend door alle leden. Ook de naam GEREFORMEERD mag niet voorkomen in het verzoek, “als behoorende de naam van Gereformeerd aan het Hervormd Kerkgenootschap”. Opnieuw wordt een verzoek ingediend. De ondertekenaars verklaren onder meer een gebouw in eigendom te hebben, geheel geschikt voor hunne Godsdienstoefeningen, staande op het perceel Sectie -C- no. 1732. (Wijk A ). De pastorie staat voor de kerk.

Bij Koninklijk Besluit van 28 december 1853 wordt de Christelijke Afgescheiden gemeente te Sliedrecht erkend.