1853 - 1869

Christelijke Afgescheiden Gemeente te Sliedrecht

Het oudste notulenboek van de kerkenraad is spoorloos. Wat wel bekend is, dat is afkomstig uit de notulen van de classis en de kerk van Giessendam. Het eerste notulenboek begint op 6 januari 1864.

De eerste predikant wordt op 27 januari 1856 bevestigd in de persoon van ds. Chr. Steketee Azn. Tot 9 maart 1859 dient hij de kerk van Sliedrecht en vertrekt dan naar Vlaardingen. Van deze predikant kan gemeld worden dat hij 33 jaar is als hij naar Sliedrecht komt. De Gereformeerde kerk van Vlaardingen is in het bezit van een foto van ds. Steketee.

Na het vertrek van ds. Steketee wordt op 15 juni 1862 de volgende predikant bevestigd. Het is ds. J. Greven. Hij is 30 jaar en komt uit het Friese Mildam. Het aantal leden der gemeente bedraagt in 1864 ongeveer 250. De gemeente komt dan samen in het kerkgebouw in wijk A in de Piet Rijsdijkstoep. In 1865 vertrekt ds. Greven naar Dinteloord en met het beroepingswerk wordt direct begonnen.

De kerkenraad stelt voor om ds. P. Medema uit het Friese Sexbierum te beroepen. Het voorstel wordt door de manslidmaten met algemene stemmen aangenomen. Het beroep wordt aanvaard en op 25 juni 1865 wordt ds. Medema bevestigd als predikant. Dominee Medema maakt veel werk van de uitleg van de Bijbel, maar besteedt volgens verscheidene gemeenteleden te weinig werk aan de ‘toepassing’. Na bijna drie jaar hier werkzaam te zijn geweest, ontvangt hij een beroep uit zijn vorige gemeente Sexbierum. Dit beroep wordt aangenomen en op 2 augustus 1868 beëindigt hij zijn ambtswerk in Sliedrecht.

Het kerkenraadswerk in een gemeente komt in die tijd neer op de predikant en de ambtsdragers. De voltallige kerkenraad in Sliedrecht bijeen te krijgen blijkt moeilijk. Veel leden werken in de Biesbosch, hoepelschuren en op het baggerwerk (buitenaf). Veel zaken blijven onbeslist. Zo wordt besloten om voortaan des zondagsmiddags de kerkenraadsvergaderingen te houden in de pastorie. Een niet gering besluit! Broeders die in de Biesbosch werken, gaan ‘s maandagsmorgens vroeg weg en komen zaterdagsmiddags weer terug. Zij die in een ‘hoepelschuur’ werken, zijn zes dagen in de week, van vijf uur in de morgen tot zeven uur in de avond, bezig. Zij die buitenaf werken, zijn bovendien niet elke week thuis. En, … de voorzitter van de kerkenraad moet zondags ook nog twee maal preken! Over tijd vrijmaken voor kerkenwerk gesproken…..

Ds. Medema is intussen vertrokken naar Sexbierum. In de ontstane vacature wordt, naar gewoonte van die dagen, aan verschillende predikanten verzocht om te komen preken. Zo ook ds. J. Juch uit Landsmeer. Hij is drie achtereenvolgende keren komen preken. Daarna is hij met algemene stemmen beroepen tegen een traktement van Hfl. 900,– per jaar. Op zondag 2 mei 1869 doet ds. Juch zijn intrede. Deze predikant brengt het Woord op een wijze die meer begrepen wordt dan dat van zijn voorganger, ds. Medema. Op 7 juni 1869 (6 weken na zijn intrede!) vraagt de predikant aan de kerkenraad wat hun oordeel is over de toestand van het kerkgebouw. Het is veel te klein om de samenkomende menigte te kunnen bevatten. Er wordt een (bouw)commissie gevormd met de opdracht: “Den kerkeraad acht het wenschelijker om een kerkgebouw meer in het midden van het dorp te hebben”.

Intussen gaat het leven in de gemeente door. Velen zoeken aansluiting bij de gemeente. Door de kerkenraad worden op 13 juli 1869 diverse bepalingen opgesteld. We lezen daarbij onder andere dat zij die belijdenis wensen te doen een bewijs moeten tonen aangaande hun zedelijk gedrag en levenswandel! Het dient getekend te zijn door twee onpartijdige leden van de gemeente.