1869 - 1892

Christelijke Gereformeerde Gemeente Sliedrecht

Een discussie op landelijk niveau tussen de Gereformeerde Gemeente onder het Kruis en de Christelijke Afgescheiden Gemeenten resulteert in 1869 in een samengaan van deze kerken. Ook op regeringsniveau zijn er “voortschrijdende inzichten”. Zo wordt de naam Christelijk Afgescheiden Gemeente en de Gereformeerde Gemeente onder het Kruis vervangen door Christelijke Gereformeerde Gemeente.

Nadat verschillende jaren de nieuwbouwplannen op een laag pitje hebben gestaan, komt er begin 1873 weer beweging in. Op Paasmaandag, 14 april 1873 om 15.00 uur komen de manslidmaten bijeen. Er is een terrein midden in het dorp te koop. Het is eigendom van L. Bos van Wijngaarden. De uiterste prijs is Hfl. 7500, –. Op deze extra vergadering wordt besloten over te gaan tot het kopen van dit terrein. Er zullen een nieuwe kerk en een pastorie op worden gebouwd. De aanbesteding is op 23 juni 1873. De laagste inschrijver is A.W. de Landgraaf. Hij schrijft in voor een bedrag van Hfl. 9660,–. De oude kerk wordt verkocht voor Hfl. 3425,– Zondag 23 november 1873 wordt de eerste kerkdienst in de nieuwe kerk gehouden. Een opmerkelijk detail is dat kleinzoons van de toenmalige predikant in 1932 het kerkgebouw kopen waar hun grootvader preekte. Zij verbouwen het kerkgebouw tot een “koekjesfabriek”. Voor het kerkgebouw wordt begin jaren veertig een kantoor gebouwd, de handelsonderneming “Merwede”. In Sliedrecht beter bekend als de “MERBA”. Ds. Juch vertrekt op 24 januari 1875 naar Middelharnis. De ‘nieuwe kerk’, gebouwd tijdens de periode ‘Juch’ is tot en met 1931 gebruikt. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is de voormalige kerk afgebroken. Bij de sloop schrijft ds. A.H. Algra: Slopers zijn nu bezig bij de oude Gereformeerde kerk aan de Kerkbuurt. Midden in de ravage stond ik en dacht aan vroeger. Dit gebouw is geopend door ds. J. Juch.

Na het vertrek van ds. Juch wordt een nieuwe predi­kant gevon­den in de persoon van ds. J. Wisse Czn. De uit Dordrecht afkomstige 32-jarige predikant begint zijn ambtswerk op 25 juli 1875. Zijn wijze van preken sluit wel aan bij de geloofsbeleving in onze streek en woonplaats. Voor ds. Wisse is de Bijbelverklaring van groot belang, maar ook voor de ondervinding (bevindelijk­heid) ruimt hij een grote plaats in. De gemeente groeit aanmerkelijk. Om daar wat orde in te krijgen besluit de kerkenraad, dat voortaan om de twee maanden gelegenheid gegeven wordt tot het doen van Openbare geloofsbelijdenis. Ds. Wisse neemt op 2 maart 1879 afscheid wegens vertrek naar Den Haag.

Zondag 25 april 1880 wordt ds. G. den Braal bevestigd door ds. H. Cramer uit Puttershoek. Ds. Den Braal is maar net twee jaar aan de gemeente verbonden geweest. Zondagavond 21 mei 1882 neemt hij afscheid en vertrekt naar Bodegraven.

Ds. E. van ‘t Loo uit Genemuiden neemt daarna het beroep uit de gemeente aan en wordt op zondag 24 september 1882 door Ds. F. Breitsma uit Giessendam aan de gemeente verbonden. In de kerkenraadsvergadering 13 november 1882 wordt vermeld: Aangezien den toevloed van menschen de Zondags zeer groot is, zoodat veelen genoegen moeten nemen met een staanplaats, zoo spreekt men hierover om hierin voorzieningen te treffen. Op 15 mei 1887 wordt afscheid genomen van ds. Van ‘t Loo. De gemeente telt in 1887 ongeveer 850 leden.

Op 1 juli 1888 wordt ds. J.R. Dijkstra bevestigd als predikant van de Christelijk Gereformeerde Gemeente te Sliedrecht. Als voorvechter van het Christelijk onderwijs vindt hij hier een gemeente die aan het sparen is om een school te stichten . Hij is de man die de ‘schoolzaak’ met voortvarendheid ter hand neemt. Op 6 augustus 1888 wordt een vergadering gehouden waar alles op een rij gezet wordt:

  • 1. Het stichten van een school is een Christenplicht.
  • 2. Een nieuw schoolgebouw kost ca. Hfl. 4.500, —
  • 3. In kas is ca. Hfl. 1.800, —
  • 4. Het tekort bedraagt ca. Hfl. 2.700, —
De zaak is duidelijk, er is een financieel probleem. Staande de vergadering wordt er ingetekend voor een bedrag van Hfl. 889, –. Binnen een paar weken is het resterende bedrag bijeengebracht, wat blijkt uit de notulen van 7 september 1888. Over de opening van de school is alleen bekend dat ds. Dijkstra op donderdag 25 april 1889 gesproken heeft over Spreuken 1 : 7a: “De vreeze des Heeren is het beginsel der wetenschap.” In het jaarboekje van de Gereformeerde Kerken van 1925 wordt het volgende geschreven: “Hoe het kwam, zij hier opengelaten, maar ds. Dijkstra en Sliedrecht pasten niet bij elkaar”. Op 27 oktober 1889 verlaat ds. Dijkstra Sliedrecht en vertrekt naar Joure.

Al op 3 december 1889 wordt bekend dat ds. G.W.H. Esselink uit Broek op Langedijk het beroep dat op hem is uitgebracht heeft aangenomen. Op 16 februari 1890 doet ds. Esselink zijn intrede in Sliedrecht.

De toestand van het kerkorgel (zo lezen we in de verslagen van 8 juli 1890) is zo, dat er elk ogenblik iets kan gebeuren (er wordt niet vermeld wat). Er wordt een orgelcommissie gevormd om gelden voor een nieuw orgel in te zamelen. In oktober 1890 wordt het nieuwe orgel gekocht. Het wordt geleverd door Bijlaart in Dordrecht. Het oude orgel zal aan hem worden afgestaan. Voor het nieuwe moet Hfl.1.925,– betaald worden. Volgens overlevering is het orgel afkomstig uit een kapel van een oud klooster en dateren uit de 17de eeuw. In de winter van 1890-91 is het orgel over de dichtgevroren rivier van Dordrecht naar Sliedrecht vervoerd en in 1931 is dit orgel meeverhuisd naar de nieuwe kerk (Oranjestraat- Middeldiepstraat).